Duurzame datacenters zijn voorzien van lokaal opgewekte energie

11 juni 2013 - Yvonne Keijzers

SURF en Agentschap NL maken de resultaten bekend van het onderzoek ‘Transporting Bits or Transporting Energy: Does it matter? A comparison of the sustainability of local en remote computing’. De verkenning is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam en TNO op verzoek van SURF en Agentschap NL.

Produceer en consumeer zo veel mogelijk lokaal. Dat duurzaamheidsprincipe gaat ook op voor de keuze van transport van data en energie van datacenters bij cloud computing. De vraag of een buitenlands datacenter met groene energie duurzamer is dan een lokaal datacenter in Nederland, wordt sterk bepaald door de energiebronnen die deze datacenters gebruiken voor opslag en bewerking. Lokaal opgewekte groene energie is het meest duurzaam. De import van groene energie of het transport van data naar groene buitenlandse datacenters zijn factoren die een belangrijke invloed hebben op de CO2 footprint.

Lokale groene energie
Belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat het gebruik van lokaal opgewekte groene energie het grootste positieve duurzaamheidseffect heeft. Bij het gebruik van een buitenlands datacenter met groene energie blijkt dat de energiebronnen die nodig zijn voor het datatransport een aanzienlijke CO2 footprint hebben. In veel gevallen is het effectiever om berekeningen en opslag in een Nederlands datacenter te doen, als daar eigen of geïmporteerde groene energie voor wordt gebruikt. Het verplaatsen van data via de cloud naar groene buitenlandse datacenters is derhalve niet persé duurzamer dan lokale opslag.

Transport bits of energy?
Het onderzoek bekeek de duurzaamheidsaspecten van een aanpak op basis van ‘bits-to-energy’ en ‘energy-to-bits’. In het eerste geval is onderzocht wat de CO2 footprint is van het verplaatsen van data naar een buitenlands datacenter dat groene energie gebruikt. De tweede variant gaat dieper in op de effecten van het transport van duurzame energie naar lokale datacenters om zo aan duurzaamheid bij te dragen. De onderzoekers wilden met deze vergelijking het energieverbruik en de CO2 footprint van transport via datanetwerken in kaart brengen.

Scenario’s
Uiteraard spelen ook andere factoren een rol, zoals de rekentijd die nodig is in het datacenter en de hoeveelheid en frequentie van data die over het internet getransporteerd moeten worden. In verschillende scenario’s hebben de onderzoekers de effecten afgezet tegen de impact van energietransport. Een positief effect van de verplaatsing is sterk afhankelijk van de hoeveelheid benodigde energie voor het transport, en in hoeverre deze duurzaam is opgewekt.

Gerard van Westrienen, projectmanager bij SURF: “Het is voor wetenschappers en bedrijven interessant om te weten of het duurzamer is om data lokaal op te slaan of in remote datacenters in landen waar grote hoeveelheden groene energie beschikbaar zijn. Door een aantal scenario’s in kaart te brengen, willen we handvatten bieden voor een zorgvuldige afweging. De voorlopige conclusie is dat datatransport over het algemeen een niet te verwaarlozen CO2 footprint heeft, maar dat de afweging per geval en toepassing verschilt. Verder onderzoek naar de CO2 footprint van cloud computing is absoluut wenselijk. Datacenters in Nederland kunnen concurreren op het terrein van duurzaamheid indien ze – liefst lokaal opgewekte – groene energie gebruiken. Met dit onderzoek is een basis gelegd en hebben we een begin gemaakt om hoger onderwijsinstellingen en bedrijven te helpen gefundeerde afwegingen te maken die duurzaamheid stimuleren en kosten besparen.”

Deel dit bericht