Circulaire economie vraag om nieuwe businessmodellen

Circulaire economie vraagt om nieuwe businessmodellen

Yvonne Keijzers - 20 februari 2017

Nederland zet zwaar in op de circulaire economie. Met het Rijksbrede programma circulaire economie legt het Rijk de ambitie neer om in 2030 50% minder grondstoffen te gebruiken. In 2050 moet dat 100% zijn. Het aantal bedrijven dat nu concreet aan de slag is met circulaire economie is nog maar op één hand te tellen. Welke nieuwe businessmodellen moeten het tij keren?

Volgens onderzoek van The Global Footprint Network heeft Nederland inmiddels 3,1 aardes per jaar nodig. We verbruiken dus gewoonweg veel te veel van onze bronnen. Het is momenteel gebruikelijk om een product na korte tijd weg te gooien, zonder een flink deel van de grondstoffen opnieuw te gebruiken.

Deze lineaire manier van produceren moeten we ombouwen naar een circulaire economie, zodat wen we de grondstoffen zo vaak mogelijk hergebruiken. Om dit voor elkaar te krijgen, zijn visie en ambitie van een overheid broodnodig, maar niet voldoende.

Wat we vooral nodig hebben, zijn bedrijven die hun beleid hierop afstemmen en hun handen uit de mouwen steken. Multinationals, kennisinstellingen én de MKB-bedrijven die de motor vormen van de Nederlandse economie. Én een overheid die als inkooppartner laat zien dat zij circulair inkopen serieus neemt.

Grondstoffenakkoord


Het onlangs afsloten grondstoffenakkoord dat door 200 partijen werd getekend, waaronder overheden, MKB-Nederland en VNO-NCW, is een goed begin. In dit akkoord staan afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Dat kan door bijvoorbeeld nog meer bestaand plastic te recyclen voor nieuwe producten en verpakkingen. Hierdoor hoeven we minder olie te gebruiken als grondstof voor nieuw plastic. Daarnaast verlaagt de maatregel tegelijkertijd de CO2-uitstoot, omdat voor hergebruik veel minder energie nodig is dan bij het verwerken van nieuwe grondstoffen.

Binnen het akkoord is onder meer € 27 miljoen vrijgemaakt voor het beter scheiden van afval op basisscholen. Ook is er financiële ruimte om te zoeken naar alternatieven voor niet te recyclen verpakkingen, zoals verpakking van chips en soeppakken. Rabobank, ING en ABN AMRO gaan samen met het kabinet kijken hoe zij circulaire innovaties beter kunnen financieren. Want financiering is één van de drempels waar bedrijven tegen aan lopen als zij hun bedrijfsmodel circulair willen maken.

Nieuwe businessmodellen


Een wezenlijk onderdeel van de circulaire economie vormen de nieuwe businessmodellen, zoals het dienstenmodel. Dit model gaat uit van gebruik in plaats van bezit. Bijvoorbeeld, we kopen geen lamp, maar lichturen. Door dit model blijven grondstoffen in het bezit van de producent, want het product blijft zijn eigendom. De gebruiker betaalt een bedrag voor het gebruik, bijvoorbeeld lichturen in plaats van licht (Philips). Of wasbeurten in plaats van een wasmachine (Bundles).

Het zijn dit soort nieuwe businessmodellen, die ervoor zorgen dat de grondstoffen terugkeren naar de fabrikant en dus niet verloren gaan. In plaats van een lineair model, krijgen we hierdoor een circulair model.

Er zijn meerdere nieuwe businessmodellen mogelijk. Het gaat erom dat er slimme combinaties van bedrijven en organisaties ontstaan, die ook een andere waarde creëren dan geld. Bijvoorbeeld een sociaal effect of bijdragen aan duurzaamheid.  

In het whitepaper De Circulaire Economie, van Prof. dr. Jan Jonker en Drs. Hans Stegeman verwoorden beide auteurs het als volgt: ‘Circulaire businessmodellen onderscheiden zich van andere businessmodellen doordat ze waarde creëren door gebruik te maken van de blinde vlekken in het huidige economische systeem. Zo wordt de ‘lekkage’ van grondstoffen via productie, gebruik en afval de basis voor het denken over circulaire businessmodellen.’

Bouwstenen van  circulair businessmodel

Op basis van onderzoek zien de auteurs vijf bouwstenen van een circulair businessmodel:

1.    Realiseren van kringlopen
Een eerste stap is dat bedrijven bekijken welke grondstoffen zij nu eigenlijk gebruiken. Wat gaat er in het bedrijf om, en hoe is dit georganiseerd in de keten? Pas als bedrijven dat in kaart hebben, kunnen ze vervolgstappen zetten.

2.     Streven naar waardecreatie
Het gaat hierbij om het creëren van sociale en ecologische waarde. Een bedrijf runnen, draait niet alleen om geld. Bedrijven die wel een kringloop sluiten, maar daarbij geen duurzaamheidswinst boeken, kunnen niet als businessmodel circulaire economie (BMCE) worden gezien. Voor veel familiebedrijven is het vanzelfsprekend dat continuïteit van het bedrijf voorop staat.

3.     Kiezen voor een passende strategie
Een nieuw businessmodel betekent dat er nieuwe relaties met klanten ontstaan. Zij nemen immers niet eenmalig een product af, maar blijven klant binnen de hele levensduur van een product door een lease- of huurconstructie.

4.    Vormgeven van een organisatie
Binnen de circulaire economie werken meerdere partijen uit de keten met elkaar samen. Er ontstaan netwerkorganisaties en dat vraagt een flexibele opstelling van alle partijen.

5.     Ontwikkelen van verdienmodellen
Door circulair te werken, verandert het verdienmodel. De omzet wordt immers niet gemaakt door de verkoop van een product, maar door de tijd heen door bijvoorbeeld een lease- of abonnement-constructie.

Voorbeelden in de praktijk

Hoewel er nog maar een handvol bedrijven bezig is met circulaire economie, zijn er wel veel bedrijven die hiermee aan de gang willen gaan. Omdat zij ook zien dat het anders moet. Voor hen is het belangrijke te leren van best practices. We noemen enkele voorbeelden:

PaperFoam
PaperFoam ontwikkelt en produceert biobased verpakkingen door zetmeel en vezels te mixen met water en premix. Het bedrijf gebruikt hiervoor louter natuurlijke grondstoffen – zonder er olie aan toe te voegen.

Dat levert biologisch afbreekbare verpakkingen op, die dus composteerbaar zijn. Vergeleken met de gangbare kartonnen of plastic verpakkingen valt de CO2-uitstoot 50 tot 80% lager uit. Bijkomend voordeel is dat de verpakking van PaperFoam zeer licht van gewicht is, wat bij het transport ook weer gunstig uitpakt.

Interface
Bij het produceren van tapijttegels maakt Interface maximaal gebruik van gerecycled materiaal. Het concern koopt hiervoor onder meer afgedankte visnetten die vissers in Kameroen en de Filipijnen hebben verzameld en opgevist.

Daarnaast hergebruikt het concern afgedankte autoruiten. Deze bevatten een polymeer dat voorkomt dat glas kan verbrijzelen. Interface laat hier een soort lijm uit maken, waarmee ze vervolgens de garens vastzetten aan het gronddoek. Normaal gesproken gebeurt dat in de tapijttegelsector met latex, hetgeen een veel grotere belasting op het milieu legt.

Fairphone
Jaarlijks belanden miljoenen telefoons op de afvalberg. Reden hiervoor is smartphonefabrikanten ieder jaar wel weer nieuwe modellen op de markt introduceren die dusdanig verbeteringen bevatten, dat consumenten willen upgraden.

Fairphone vond dat dit anders kan, en ontwierp een smartphone waarbij slechts een of enkele onderdelen geüpgraded hoeven te worden. Hierdoor kunnen gebruikers de mobiele telefoon eenvoudig en tegen schappelijke kosten laten repareren. Deze manier van ontwerpen moet de levensduur van een smartphone aanzienlijk verlengen.

Bedrijven moeten zich echter wel realiseren dat nieuwe businessmodellen niet op een dienblad worden aangeboden. Bij de genoemde praktijkvoorbeelden is duidelijk geworden dat samenwerking met andere partners uit de keten onontbeerlijk is. Gezamenlijk hebben zij gezocht naar mogelijkheden om grondstoffen opnieuw in te zetten en hiermee nieuwe businessmodellen te ontwikkelen. Dat vraagt om lef van managers, want zij moeten continu met en van elkaar leren.

Deel dit bericht