Kringlopen Ladder maakt circulaire economie beter meetbaar

07 september 2016 - Yvonne Keijzers
De Ladder van Lansink is een begrip in de afvalbranche. Deze onderscheidt drie categorieën van omgaan met afval. Preventie en hergebruik hebben de hoogste prioriteit. Vervolgens recycling en hoogwaardige energiewinning. De minste voorkeur heeft het verbranden of storten van afval. Voor een werkende circulaire economie is er echter meer nodig. Vandaar dat Jan Jonker, hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de RU en onderzoeker Niels Faber van de Rijks Universiteit Groningen, de Kringlopen ladder introduceren.

Het sluiten van kringlopen staat centraal in de circulaire economie. Maar hoe moet je dat als organisatie inrichten? Wanneer is een bedrijf of organisatie onderdeel van een kringloop? Met de Kringloop Ladder beogen de wetenschappers hierin een ordening te kunnen maken.

Met de Kringlopen Ladder kan een organisatie bepalen waar zij staat en wat de eisen en kenmerken zijn van een volgende fase. Zo verschaft een prestatieladder inzicht in de organisatie-performance én geeft zij richting. Tot nu toe ontbreekt een dergelijke ladder voor de CE. Tijd voor een aanzet.

Vijf fasen binnen de circulaire economie

Het sluiten van de verschillende kringlopen van een organisatie kan volgens Jonker en Faber nooit tegelijkertijd plaatsvinden. Dit vindt eerder fasegewijs plaats. De vijf fasen lopen van eenvoudig naar complex en beschrijft in welke stadium van ontwikkeling een organisatie zich bevindt.

1. In-huis circulariteit

In deze fase zorgt een organisatie ervoor, al dan niet geholpen door toeleveranciers, dat kringlopen die geheel binnen de scope van de organisatie plaatsvinden, gesloten worden. Denk aan een boer warmte, water en chemicaliën in een gesloten kringloop binnen zijn eigen bedrijf houdt.

2 Gedeeltelijke keten-integratie

Bij deZE tweede fase ligt de focus niet alleen op de organisatie zelf, maar komt een gedeelte van een productieproces in beeld. Hierbij zijn meerdere organisaties bij betrokken. Binnen een bestaande productieketen ontstaat in deze fase een partiële (gesloten) kringloop. Zo kan bijvoorbeeld het afval van de ene partij gebruikt gaan worden als grondstof voor de andere, waardoor er hergebruik ontstaat. Onderdeel hiervan is ook de verdeling van kosten en baten tussen de partijen. Dit levert een debat over verdienmodellen op.

3 Materiële mono-stroom kringloop

Op basis van één specifiek materiaal wordt een volledig gesloten ‘simpele’ kringloop gemaakt, een materiële mono-stroom kringloop. Productieprocessen worden zodanig ingericht dat een materiaal dat eenmaal is verkregen uit een natuurlijke bron, binnen een gesloten kringloop terechtkomt. Voorbeelden zijn papier, ijzer, plastic, etc.. Het is de ambitie om vrijwel volledige recycling te organiseren. Binnen deze derde fase is het cruciaal dat alle partijen met elkaar zorgen voor het sluiten van die specifieke kringloop. Dat vraagt om samen organiseren.

4. Meerdere mono-materiële kringlopen

De complexe kluwen van kringlopen en betrokken partijen die ontstaat wanneer meerdere materiële kringlopen gecombineerd worden kenmerkt Fase 4 van de Kringlopen Ladder. Bedrijven en partijen werken samen in een organisatie-ecologie, wat leidt tot subsystemen. Gezamenlijk organiseren en coördineren wordt een cruciale voorwaarde om zo’n circulaire economie mogelijk te maken. De onderliggende organisatie-, business- en verdienmodellen moeten in deze fase complementair ten opzichte van elkaar zijn.

5. Volwassen circulaire economie

Dit is het hoogste niveau van de Kringlopen Ladder. Het gaat om een verdere vervlechting van in elkaar grijpende, complexe kringlopen en subsystemen. Dit mondt uit in een organisatorisch-economisch systeem. In deze fase gaat het om het met alle betrokken organiseren van dat systeem met inbegrip van de institutionele context.

De Kringlopen Ladder heeft volgens Jonker en FAber niet de pretentie van toepassing te zijn op alle mogelijke soorten van kringlopen. Zij keken met name naar de kringlopen rondom materialen c.q. grondstoffen. Wat hier bijvoorbeeld niet aan bod is gekomen is het onderscheid tussen korte en lange kringlopen en het hoe materie-behoud in kringlopen zich in de tijd ontwikkelt. Want wat is het effect van kringlopen die bijvoorbeeld 10, 20 jaar of langer duren? Wat betekent dat voor het behoud van de gebruikte materialen en grondstoffen? Daarnaast laat deze Kringlopen Ladder nog hele andere ontwikkelingen zien.


Dit artikel verscheen eerder op Duurzaamnieuws.nl


Deel dit bericht