Ruzie in kantoormeubelbranche door circulaire aanbesteding

Ruzie in kantoormeubelbranche door circulaire aanbesteding

Yvonne Keijzers - 31 juli 2017

Onduidelijke eisen bij een aanbesteding voor circulair kantoormeubilair zorgt voor ruzie in de kantoormarkt.

Overheden gaan hun spullen veel duurzamer inkopen, kopte het FD eind vorig jaar.  Maar wat blijkt: in de veelbesproken en veelbelovende markt voor circulaire economie zijn de inkoopeisen niet altijd even eenduidig. Grote spelers gaan inmiddels rollebollend over straat. En dat allemaal omdat de overheid haar eisen niet duidelijk stelt.   

De ruzie gaat in het kort om het feit of bedrijven wel of niet gecertificeerd moeten zijn voor FSC of PEFC. 

Inkoop ambtenaren van  Rijkswaterstaat vinden na intern onderzoek dat ze geen fouten hebben gemaakt. Als het aan hen ligt, gaat de gunning gewoon naar Gispen en Rohde & Grahl. Het gaat om een grote opdracht met een waarde van €80 mln tot €200 mln.

Directeur Bert Top van Drentea laat het er echter niet bij zitten en stapt naar de rechter. In het FD geeft hij aan dat hij wil weten hoe twee van zijn concurrenten de opdracht hebben gekregen terwijl ze niet beschikken over de bekendste keurmerken voor duurzaamheid.  De zaak dient op 12 oktober a.s. 

Waarom is dit belangrijk?

In 2008 tuigde de overheid een programma duurzaam inkopen op, geleid door de toenmalige minister Jacqueline Cramer. In een aantal jaren zou de hele overheid 100% overgaan op duurzame inkoop. Maar de markt was weerbarstiger dan gedacht, inkopers wilden toch liever een laatste prijs en de respectievelijke kabinetten Rutte hadden hele andere ideeën over duurzaamheid. Het programma stierf een stille dood. Onder andere leveranciers van kantoormeubilair en -inrichting bleven met de kater en de kosten achter. 

Het gevaar bestaat dat ook nu een onduidelijke overheid een spaak in het wiel steekt van de inmiddels, circulaire marktambities die zij zichzelf stelt. De milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van kantoormeubilair geven aan dat leveranciers bij overheidsaanbestedingen moeten voldoen aan zeven van de negen criteria voor duurzaam hout die zijn vastgelegd in het zogeheten Timber Procurement Assessment System (TPAS).

In een brief aan de kamer stelt Staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur en Milieu echter: ' Tot slot is per 2 december jl. de tijdelijke aanpassing van het inkoopbeleid vervallen, waarmee tegemoet is gekomen aan de motie Van Veldhoven6 om negen van de negen TPAS-principes weer van kracht te laten zijn.' Dat betekent dus dat leveranciers moeten aantonen dat ze een koepelkeurmerk PEFC en FSC hebben als bewijs voor duurzaam bosbeheer in het inkoopbeleid.

Onduidelijke regelgeving dus. En wederom dreigen bedrijven hiervan de dupe te worden. In dit geval Drentea, Vepa en Ahrend, die dit keer de boot missen. 

Wordt vervolgt op 12 oktober.







Deel dit bericht

Abonneer op onze nieuwsbrief